'Hoe improvisatie het verschil
kan maken'

door: Katja Geelhoed

In de jaren zeventig startte Andrea Meyer-Rogge naast haar andere lessen haar eerste improvisatieles. Jarenlang bleef het bij deze ene groep experimenteerlustigen. Een paar van hen danst zo’n veertig jaar later nog steeds bij haar. De enigen zijn zij al lang niet meer. Op de jaarlijkse dansdag afgelopen juni dansten tientallen leerlingen, in leeftijd variërend van veertien tot zeventig uit acht improvisatiegroepen. Improvisatie is een van de zwaartepunten van de dansschool geworden. Andrea vertelt waarom en waarom deze vorm van dans haar zo aan het hart ligt. Een gesprek over bezielde dansers en het gevaar dat schuilt in het verliefd worden op een arabesque.

We zitten aan de grote tafel in de ruimte die ooit fungeerde als danszaal en nu in gebruik is als woonkamer, moeder en dochter, lerares en leerling, geïnterviewde en interviewer. Het is even wennen, even maar. Andrea vertelt over dans zoals ze lesgeeft: zorgvuldig, maar met overgave. Voor ik een vraag heb kunnen stellen, neemt ze me mee naar een balletles die ze op vijfjarige leeftijd volgde aan de dansschool van haar moeder in Hamburg.


Het begin
Als ik terugdenk aan waar de oorsprong ligt voor mijn liefde voor improvisatie, dan kom ik uit bij dat ik balletles had en dat je aan het einde van de les de pianist in zijn oor mocht fluisteren wat je wilde horen en dan mocht je helemaal dansen wat je zelf wilde. Ik herinner mij dat als iets dat helemaal van mijzelf was. Al waren de lessen speels, toch deed je wat iemand anders zei. Dat moment dat ik kon duiken in iets dat helemaal van mijzelf was, heb ik als heel bevrijdend ervaren.’

Hoewel improvisatie gedurende haar hele dansloopbaan een rol speelde, in de amateurlessen die zij volgde, tijdens haar opleiding aan de Lola Rogge Schule in Hamburg en in de lessen die zij zelf gaf, zou het nog lang duren voor ze de waarde ervan ten volle zou beseffen. ‘Ik heb altijd ongelooflijk graag gedanst’, vertelt ze, ‘dansen was in welke vorm dan ook heerlijk.
Improvisatie was niet gelijk zaligmakend.’

De filosofie achter improvisatie
‘Toen ik zelf ging lesgeven, merkte ik op een bepaald moment dat de filosofie achter improvisatie mij heel erg boeide.’
 

Wat houdt die filosofie voor je in?
 

‘Voor mij betekent dat, dat je iets kunt ontwikkelen dat zo persoonlijk is dat niets anders daarmee te vergelijken is. Figuur, vergelijking en competitie spelen geen of een ondergeschikte rol. Ik heb improvisatie vanaf het begin in lessen modern en kinderdans geïntegreerd. Wat mij steeds meer boeide, was dat ik zag dat leerlingen zich in hun eigen bewegingen, die dus helemaal bij hen pasten, op een manier konden uitdrukken die behalve dat deze
persoonlijk was, ook een ontwikkeling mogelijk maakte. Zowel op het gebied
van persoonlijke ontwikkeling, als op het gebied van dans.’


Deze ervaringen deden haar besluiten aan de school, die zij in 1970 in Hilversum had opgericht, naast de kinderlessen en lessen jazz, modern en klassiek ballet een pure improvisatieles te starten. Het is jarenlang bij deze ene groep gebleven. Op een gegeven moment uitten leerlingen zelf de wens
om naast technieklessen ook improvisatielessen te volgen, daarna zijn er
steeds meer improvisatielessen bijgekomen.

 

De lessen en de leraar
Op dit moment zijn er acht improvisatiegroepen, de dansexpressielessen voor kinderen niet meegerekend. Improvisatiegroepen kunnen zich op heel verschillende wijze ontwikkelen. In een hele speelse artistieke richting; een serieuze richting die Andrea met een glimlach omschrijft als ‘een soort therapie voor gezonde mensen’ en alles daartussen. Er zijn groepen die binnen de improvisatie heel duidelijk aan choreografieën werken.

Andere groepen werken elke les een ander thema uit. De rol van leraar in improvisatielessen is een heel andere dan in technieklessen legt Andrea uit.


‘Wat mij zo boeit is dat je je als leraar in de improvisatie heel erg op de achtergrond houdt. Als leraar in technieklessen leg je techniek uit, doe je bewegingen voor en maak je dansen. Een leerling probeert zo dicht mogelijk in de buurt te komen van wat die techniek inhoudt. In improvisatielessen kijk je naar de mensen in en de samenstelling van de groep. Michelangelo zei ooit dat zijn beeld al in de ruwe steen aanwezig was, dat hij dat beeld alleen maar hoefde te bevrijden. Zo zie ik ook een heel persoonlijk beeld, een karakter in een danser en ik probeer doordat ik mijzelf terughoud en meer begeleid dan aangeef de danser de kans te bieden dat wat in hem aanwezig is te bevrijden.’

‘Belangrijk is daarbij, dat ik me meer wil laten leiden door de groep, dan dat ik de groep wil leiden. De groep speelt in die zin een rol dat verschillende individuen tegelijkertijd dansen en ik probeer een gemeenschappelijke basis te vinden waar je de opdrachten bij verzint. Belangrijk voor mij is dat de leerlingen eerst zelf aan het begin van de les ‘indansen’, zodat ze voelen waar ze staan en hoe ze zich eerlijk in beweging kunnen uiten.’

Is dat waarom je ook de lessen moderne dans, na een korte warming up, met
indansen begint?


‘Jaaa. Dat doe ik om de mensen de mogelijkheid te geven in de sfeer te komen waarin zij zich kunnen openstellen voor het dansen. Dat je nadat je aankomt met de hectiek van werk en school, waar alles naar buiten gericht is, even een moment de tijd neemt om überhaupt te voelen waar je staat. Belangrijk daarbij is, dat je dat doet zonder te oordelen. En heel belangrijk is dat je je bewegingen waardeert, of leert te waarderen. Want als je begint met improvisatie, ben je geneigd je bewegingen soms negatief te beoordelen.’

 

Want iedereen heeft die neiging aan het begin?


‘Ja. Maar ik kan het ook omdraaien. Ik zie dat mensen zich meer openen als ik ze erop attent maak hun bewegingen te waarderen.’

Dat elke beweging bestaansrecht heeft, zoals ik je vaak heb horen zeggen?


‘Ja, absoluut. En dan gaat het niet alleen om elegante bewegingen, het gaat om het hele spectrum van bewegingen. Door improvisatie heb ik geleerd dat het spectrum van bewegingen zo veel groter is dan welke techniek dan ook je kan leren. Het merkwaardige is dat bewegingen die anders gecorrigeerd worden - denk aan onbalans, herhalingen, stijfheid - juist een ingang zijn tot verbreding van het bewegingsspectrum.

Laban
Om haar leerlingen te stimuleren hun bewegingsvocabulaire te vergroten, grijpt Andrea vaak terug op de drie kernbegrippen van Rudolf von Laban (1879-1959). Laban was de grondlegger van de moderne dans in Europa en de leermeester van haar moeder Lola Rogge (1908-1990). ‘Mijn artistieke grootvader’, noemt Andrea hem. ‘Labans uitgangspunten Raum, Kraft en Zeit (Ruimtelijke ontwikkeling, intensiteit van de bewegingen en tempoverschillen) zijn een goed hulpmiddel bij improvisatie. Als je nieuwe impulsen zoekt voor de improvisatie, kun je deze begrippen gebruiken om weer verder te komen, door ze uit te diepen. Op het moment dat je ziet dat mensen nog iets kunnen verbeteren…’


Verbeteren? Daarmee impliceer je dat beoordeling bij improvisatie toch een
rol speelt.


‘…je probeert zo min mogelijk te oordelen, maar je doet het natuurlijk toch. Ik geef ook een oordeel als ik zeg dat ik iets mooi vind. Ik vind het belangrijk te benadrukken dat ik probeer zo min mogelijk te beoordelen. Maar je kunt wel proberen je leerlingen nog een stap verder te brengen. Het gaat er vooral om zo min mogelijk uit te sluiten. Je begint klein en van daaruit kun je eindeloos opbouwen. Voor het uitwerken zijn de drie begrippen van Laban goed. Hoe gebruik ik de ruimte, hoe ga ik om met de intensiteit (aard) en wat doe ik met tempo? Het idee is dat je van heel weinig, heel erg veel kunt maken.'

Techniek
Elke beweging heeft bestaansrecht en bewegingen die in technieklessen worden gecorrigeerd kunnen juist het spectrum van bewegingen verrijken. Je zou kunnen denken dat techniek kan worden afgeschreven binnen de improvisatie. Dat is zeker niet het geval. Improvisatie en techniek staan niet tegenover elkaar. Mits goed toegepast kan techniek de mogelijkheden van een improviserende danser oneindig verruimen.

‘Op een gegeven moment wil je meer uit kunnen beelden. Technieken kunnen je dan helpen je ideeën verder uit te werken. Een gevaar daarbij is dat je de techniek het laat overnemen, dat je verliefd wordt op een arabesque of een mooie moderne beweging.’
 

Waardoor er wat gebeurt?

 

‘Waardoor je de puurheid van je eigen bewegingen kunt verliezen. Zoals Rudi van Dantzig mooi zei: “We doen hier niet aan ijdelheid”.’

 

Want die puurheid is belangrijk?
 

‘Ja, dat is het uitgangspunt van de improvisatie. Het mooiste is het als techniek en improvisatie hand in hand gaan.’

Andersom kan improvisatie ook de uitvoering van bijvoorbeeld moderne dans verrijken zei je eens.

 

‘Een danser die gewend is te improviseren kan zijn techniek heel veel verrijken, omdat hij of zij geleerd heeft bewegingen te voelen en niet alleen na te bootsen. Uit ervaring weet ik dat dansers die geleerd hebben te improviseren vaak een veel bredere, veel eigenere dansbeleving hebben dan dansers die alleen technieklessen hebben gehad.'

 

Wat is het voordeel van een bredere, eigen dansbeleving?

‘Je hebt een grotere waardering voor de beweging, omdat er ook iets van jezelf meeklinkt. Dat maakt een danser tot een bezielde danser. De beleving die jullie improvisatiedansers hebben, dat het hele lichaam danst, dat de mimiek vanzelfsprekend passend is en niet gemaakt. Dat is voor mij de bezieling.’

Tegenhanger van competitie
Improvisatie is ook een welkome tegenhanger van de resultaatgerichtheid en competitiedrang van deze tijd vindt Andrea. ‘Wij leven in een tijd waarin competitie, wedstrijd en snelle resultaten belangrijk lijken te zijn. Kleine kinderen worden al geconfronteerd met talentenprogramma's op tv. De danscompetitieprogramma's hebben het voordeel dat mensen een beeld krijgen van wat dans kan zijn, het verbreedt hun kennis over dans. Het nadeel is dat kinderen al heel vroeg worden geconfronteerd met competitie. Het is een tijd waarin mensen snel resultaten willen zien.’
 

Bedoel je meer het plaatje dan de dansbeleving?
 

‘Ja, waarin het uiterlijke een te grote rol speelt. Het gaat om de combinatie van inhoud en vorm. Anders krijgt de vorm te veel de overhand.’
 

Wat was er gebeurd zonder dat moment dat je als vijfjarig meisje mocht
dansen wat je wilde?

 

Ze lacht. ‘Ja, ja, je zoekt naar een rond einde.’ Nadat ze even heeft nagedacht: ‘Ik weet het niet, ik denk dat ik dan ook gedanst had. Wat ik wel kan zeggen is dat ik dankbaar ben dat de improvisatie door mijn dansopvoeding zo bevorderd is.’
 

Improvisatie is voor mij ook niet dans alleen, het is ook de filosofie dat als je je eigenheid mag leven, je dan echt leeft en daarmee een diepere connectie voelt met andere mensen. Alle dans vind ik geweldig maar bij improvisatie vind ik daarbij de filosofie zo prachtig.’

Improvisatie is onderdeel van vele lessen aan Dansstudio Andrea Meyer-Rogge. Speciale improvisatielessen zijn er voor kinderen (dansexpressie), tieners en volwassenen.

Katja Geelhoed is de dochter van Andrea Meyer-Rogge en onder meer werkzaam als freelance journalist.


 

©2016 by Lobke Alkemade voor Dansstudio Andrea Meyer-Rogge